OMFT informatie

Wat is oro-myofunctionele therapie (OMFT)?

Oro-myofunctionele therapie (OMFT) is een gestructureerde oefentherapie voor het herstellen van een verstoord evenwicht in het functioneren van de spieren in en rond de mond. Afwijkende mondgewoonten kunnen het evenwicht tussen die spieren onderling verstoren. Voorbeelden van afwijkende mondgewoonten zijn; duimen, vingerzuigen, een afwijkende tongligging in rust, een afwijkende tongbeweging tijdens het slikken en mondademen. Dit heeft in veel gevallen een negatief effect op de uitspraak (slappe, onduidelijke uitspraak, slissen en lispelen). De logopedist geeft oro-myofunctionele therapie bij volwassenen en kinderen met afwijkende mondgewoonten. 

De vormgeving van de mond en de stand van tanden en kiezen worden voor een groot deel bepaald door de functie van de spieren in en om de mond. ‘Normaal gesproken’ is er een evenwicht tussen de werking van de verschillende spieren in en rond de mond. De kauwspieren, de tong, de lippen, de kinspieren etc., oefenen ieder krachten uit op het gebit. Als bepaalde spieren of spiergroepen niet goed functioneren, heeft dit vrijwel altijd direct een gevolg voor de uitgroei van het oro-faciale skelet en dus ook op de vorm van het gebit en/of de kaken. Door de afwijkende uitgroei van de kaken ontstaat er een gestoorde groei van de nasopharyngeale ruimte, met als mogelijk gevolg slaapstoornissen door een verstoorde ademhaling zoals hypopneu of apnoe.
https://omft.info/wat-is-omft/

Een voorbeeld van afwijkende mondgewoonten bij een jongen van 8 jaar: Een jongen heeft tot zijn 5e geduimd. Door het langdurig duimen is er een verkeerde slik en tongligging in rust gecreëerd. Hij slikt met de tong naar voren tegen de tanden. Doordat er op deze manier geslikt wordt, zullen de tanden verder naar voren geduwd worden. Een open beet of overbeet is dan het gevolg.

Logopedisten

Als logopedist kun je– net als een tandarts, orthodontist of kaakchirurg – de relatie tussen de afwijkende spierfuncties en de occlusie leren herkennen en behandelen. Middels het geven van oro-myofunctionele therapie (OMFT) kan een verstoord evenwicht in het functioneren van de spieren in en om de mond hersteld worden. Je bent als logopedist de aangewezen persoon om hulp te bieden bij:

  • het afleren van zuig- en bijtgewoonten
  • het aanleren van een neusademhaling
  • het aanleren van een goede tongplaatsing in rust
  • het aanleren van een alveolair achterwaartse slik
  • het afleren van foutieve automatismen
  • het verbeteren van de uitspraak
  • het conditioneren van de nieuwe gewoonten

Bron: omft.info.nl

Drie belangrijke principes binnen de OMFT behandeling voor logopedisten:

  1. De motivatie van de client (en ouders) moet optimaal zijn. Het probleem moet duidelijk zijn voor zowel ouders als client.
  2. Zuiggewoonten zoals duimen, spenen en/of vingerzuigen moet eerst volledig afgeleerd zijn voordat er begonnen kan worden met de OMFT behandeling.
  3. De aangeleerde technieken, zoals de juiste tongligging in rust en de juiste slik, moeten geautomatiseerd worden. Een mondtrainer, zoals de Myobrace, is hierbij noodzakelijk.

Tandartsen

Als algemeen practicus wordt je dagelijks geconfronteerd met de negatieve gevolgen van een verstoord myogeen evenwicht in het orofaciale skelet. Wellicht ben je hier niet altijd van bewust, want meestal zeggen we: ‘mond open’  in plaats van ‘mond dicht en slik eens’.

Binnen de drukke dagelijkse routine, wordt een verstoord evenwicht niet vaak als diagnose gesteld. Ook het belang van een vroegtijdige behandeling is niet altijd bekend. Terwijl het juist de algemeen practicus, de kindertandarts en de mondhygiënist zijn die afwijkend mondgedrag vroegtijdig kunnen herkennen en kinderen daarna snel hulp kunnen bieden. Want met een vroege doorverwijzing kan een in OMFT gespecialiseerde logopedist het afwijkend mondgedrag vaak elimineren. Bijvoorbeeld waar het gaat om mondademen, open mondgedrag, lage tongligging, afwijkende slik (protraal of lateraal) en persisterende zuiggewoonten op duim, vinger of speen.

Afwijkend mondgedrag heeft een cruciale invloed op het ontstaan van een malocclusie. De leeftijd van 6 tot en met 8 jaar, de eerste wisselfase, wordt mondiaal gezien als de meest effectieve leeftijd om afwijkend mondgedrag te behandelen. Diagnose en behandeling in die leeftijdsfase is dus van groot belang om het ontstaan of verergeren van een malocclusie tegen te gaan.

Afwijkende mondfuncties zijn negatief van invloed op de gezondheid van een opgroeiend kind. Ze veroorzaken een onderontwikkeling van de upper-airway, waardoor op latere leeftijd allerlei klachten kunnen ontstaan. Denk aan hypopnoe, een slaapgestoorde ademhaling (snurken en slaapapnoe), kaakgewrichtsproblemen en nek- of rugklachten. Hoe eerder afwijkend mondgedrag afgeleerd is, hoe lager de kans op een relaps na een orthodontische behandeling.

Orthodontisten

Vrijwel alle orthodontisten zijn ervan overtuigd dat de uiteindelijke morfologie van het orofaciale skelet een resultante is van genetische en functionele sturing:

‘Long-term stability of the open bite correction is not a matter of treatment method or appliance, but it is mainly influenced by growth after treatment or by functional disturbances’ .

Als de functionele sturing verstoord is door afwijkend mondgedrag, heeft dat dus een negatief effect op de uiteindelijke morfologie; zowel vóór als ná een orthodontische behandeling.

Een groot probleem ná een orthodontische behandeling is de relaps. Een niet te tellen aantal wetenschappelijke artikelen in toonaangevende bladen, geeft aan dat een orthodontische behandeling van een casus met een open beet een hoog percentage relaps geeft. Geen enkele orthodontist vindt dat een uitnodigende gedachte. Samenwerking tussen orthodontist, tandarts en logopedist binnen oro-myofunctionele therapie (OMFT) biedt uitkomst; die kan een positieve bijdrage leveren aan een meer stabiele occlusie na een orthodontische behandeling.

 

Wat doet de logopedist gedurende de behandelperiode?

Hoe een logopedisch behandeltraject er stap voor stap uit ziet, dat hangt af van verschillende aspecten. Denk aan de verschillende diagnoses en de kenmerken van de cliënt zelf. Ook de orthodontische behandeling heeft invloed op de logopedische behandeling.

Wanneer een kind doorverwezen wordt dan zal de logopedische behandeling er over het algemeen als volgt uit zien:

  1. Intake
  2. Onderzoek
  3. Afleren van mogelijke zuiggewoonten: duim-, vinger-, speen-, tong-, of lipzuigen
  4. De start van de, ongeveer, 12 wekelijkse behandelingen
    1. Afleren mondademen en aanleren neusademhaling
    2. Aanleren goede rustpositie van de tong
    3. Aanleren van een goede slikgewoonte
    4. Opbouwen van het dragen van de Myobrace om bovenstaande te automatiseren.
  5. Na de actieve wekelijkse behandelingen vinden er tot 1 / 2 jaar nog controles plaats met een verminderde frequentie, zeker als er langdurig gebruik wordt gemaakt van de Myobraces. Gedurende deze controle fase worden aangeleerde technieken herhaald en worden oefeningen meegegeven om te testen of de aangeleerde technieken worden geautomatiseerd. Ook worden er om de 3 maanden nieuwe intra-orale foto’s gemaakt en worden diverse metingen opnieuw gedaan.

Wanneer er voorafgaand of midden in de logopedische behandeling een beugeltraject start dan kan de logopedische behandeling gewoon voortgezet worden met de nodige aanpassingen. In het geval van de inzet van bijvoorbeeld een bovenkaakspreider, dan zal het dragen van de Myobrace tijdelijk stopgezet worden. De logopedische oefeningen zoals het aanleren van een juiste slik, een neusademing en een juiste tongpositie in rust kunnen voortgezet worden.

 

Welke onderzoeken neemt de logopedist af?

Measuring station / Myoscanner

               Myoscanner                Forcescale

Door middel van het Measuring station of de Myoscanner wordt de druksterkte van de musculus orbicularis oris, de contractiekracht van de musculus masseter en de extensiekracht van de tong en de lipspanning gemeten. Het opmeten van de sterkte van de diverse spieren geven ons inzicht in het gebruik of misbruik van bepaalde spieren die een grote invloed hebben op de vormgeving van het orofaciale complex. Bij een mondademing verwachten we bijvoorbeeld dat de m. orbicularis oris minder sterk ontwikkeld zal zijn. Wanneer de sterkte van alle oro-faciale spieren in kaart zijn gebracht, weet de logopedist welke oefeningen gedaan moeten worden en met welke intensiteit en frequentie deze gedaan moeten worden. Hierdoor worden de oefeningen doelgericht en effectief gekozen, passend bij de cliënt.

Payne techniek

Met behulp van fluorescentietechniek kan exact vastgesteld worden hoe een cliënt slikt. De fluoriserende pasta wordt aangebracht op de tong van de cliënt. Als eerst wordt de cliënt gevraagd de mond dicht te doen. Dit geeft de logopedist inzicht in de tongligging in rust. Vervolgens wordt de cliënt gevraagd om te slikken. De logopedist kan dan constateren of bijvoorbeeld de tongpunt tijdens een slik addentaal dan wel interdentaal komt. Ook kan aangetoond worden of de tong wordt aangezogen tegen het palatum.

Het meten van het tongriempje
Vaak worden te korte tongriempjes al vroeg gesignaleerd bij baby’s waarbij het aanzuigen aan de tepel moeilijk blijkt te gaan. Beperkende lipbandjes of een te kort tongbandje, leiden echter niet in alle gevallen tot problemen tijdens het geven van borstvoeding. Bijvoorbeeld wanneer de moeder een perfect gevormde tepel heeft, voldoende voeding heeft en de mondbodem van de baby voldoende elastisch is. Het komt dus voor dat de te korte bandjes pas op latere leeftijd worden ontdekt. Vaak nadat dit tot andere problemen heeft geleid. Want een te kort tongbandje – en de hiermee samenhangende lage tongligging – is van invloed op de skeletale ontwikkeling en de algehele gezondheid. Met een verkeerd evenwicht van de mond- en aangezichtsspieren als gevolg.

Als het tongriempje te kort of te stuf is, kan dit een spelbreker zijn om een juiste tongligging in rust aan te leren. Daarom is het van belang dat de logopedist tijdens het onderzoek ook het tongriempje opmeet. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de Kotlow-meetlatjes. Wanneer het tongriempje te kort blijkt te zijn, dan zal deze gekliefd moeten worden.

 
BELANG VAN SAMENWERKING

Aangezien de vorm van de kaken en stand van de tanden beïnvloed wordt door de functie van de spieren in en rond de mond, is het van belang om bij een verkeerde functie eerst te werken aan het verbeteren van de mondfuncties, voordat er door de orthodontist of kaakchirurg aan het corrigeren van de verkeerde vorm gewerkt gaat worden. Bij een goed oro-faciaal evenwicht is de kans op een relaps na orthodontie of chirurgische kaakcorrectie namelijk vele malen kleiner. Een optimale groei en ontwikkeling van kaken en gebit vraagt dus een samenspel van alle specialisten die daarbij betrokken zijn en dus ook een soepele onderlinge doorverwijzing. Het is zaak dat tandartsen, huisartsen, GGD-artsen/verpleegkundigen, logopedisten en osteopaten een relatie leggen tussen de afwijkende spierfunctie en ongewenste ontwikkelingen in het mondgebied en dan tijdig doorverwijzen naar een OMFT- logopedist. Het tijdig starten met OMFT draagt bij aan het verkrijgen van een goed oro-faciaal evenwicht, waardoor de kaken en het gebit zich kunnen herstellen. Ook draagt OMFT bij aan het verkrijgen van een goede neusademhaling en dus gezondheid.

 
Gevolgen van afwijkende mondgewoonten
Afwijkend mondgedrag Wat is het? Gevolgen
Mondademen

 

 

Mondademen is een gewoonte om in rust de lippen niet te sluiten, waarbij niet door de neus maar door de mond wordt geademd.

 

 

  • Slappe articulatie/niet goed verstaanbaar spreken door slappe mondspieren
  • De mond droogt uit waardoor je minder gaat slikken. Dit heeft tot gevolg dat de buis van Eustachius, die de neusholte met het oor verbindt, te weinig wordt gereinigd. De kans op oor-ontstekingen neemt hierdoor toe
  • Kans op sneller ziek worden doordat bacteriën die in de lucht zweven sneller ons lichaam binnen komen. Deze bacteriën worden bij een neusademing tegen gehouden door de neusharen.
Afwijkend slikken/Afwijkende tongligging in rust Wanneer de tong laag in de mond ligt, dan wordt de tong tussen of tegen de tanden aan geperst bij het slikken
  • Scheefstand van het gebit
  • Onduidelijk spreken; denk aan slissen
Duimen/vingerzuigen/
speenzuigen
Jonge kinderen hebben vaak een zuigbehoefte. Dat geeft veiligheid. Na ongeveer 12 maanden is deze zuigbehoefte weg en is het zuigen een gewoonte geworden.
  • Scheefstand van het gebit
  • Verandering van de vorm van gehemelte
  • Slappe mondmotoriek waardoor afwijkend slikken en afwijkende tongligging ontstaan

 

Waarom OMFT?

Vaak komen kinderen rond de pubertijd terecht bij de orthodontist, wellicht omdat ze hun eigen tanden niet mooi vinden staan of omdat de tandarts ze doorverwezen heeft. In veel gevallen wordt er een beugel aangemeten. De mogelijke afwijkende mondgewoonten bestaan dan al erg lange tijd. Wanneer het beugeltraject afgerond is en afwijkende mondgewoonten zijn niet afgeleerd, dan zullen de tanden op den duur weer scheef gaan staan.

 
Relaps na orthodontist behandeling

In onze logopedische praktijk worden (jong) volwassenen behandeld voor OMFT die, na een periode van orthodontie, toch weer een afwijkende vorm van het gebit krijgen. Tijdens of soms pas na de orthodontist behandelingen wordt dan duidelijk dat er afwijkende mondgewoonten aanwezig zijn, die de tanden weer in de voormalige posities drukken. De tong is een sterke spier die, wanneer deze niet goed gebruikt wordt tijdens bijvoorbeeld de slik, een afwijkende gebitsvorm kan veroorzaken.

Wanneer orthodontisten tijdens de periodieke controle geen afwijkend mondgedrag constateren/ niet herkennen, wanneer dit wel aanwezig is, dan is een relaps gegarandeerd. Gelukkig zien we de afgelopen jaren in steeds toenemende mate dat veel tandartsen en ook orthodontisten patiënten met afwijkende mondgewoonten naar de logopedist verwijzen.

Vanuit logopedisch oogpunt is een tijdige verwijzing op een leeftijd van tussen de zes en acht jaar verre te prefereren. Het afwijkend mondgedrag is dan slechts een aantal jaren aanwezig en is minder geautomatiseerd als bij iemand van bijvoorbeeld dertien jaar of ouder. De coöperatie bij jongere kinderen is vaak ook groter dan bij de iets oudere pubers. Bovendien vinden pubers begeleiding door ouders bij de thuisoefeningen niet altijd even prettig, waardoor de oefeningen soms minder frequent of minder goed uitgevoerd worden, hetgeen het eindresultaat van de therapie nadelig beïnvloedt.

Een voorbeeld van afwijkende mondgewoonten bij een meisje van 18 jaar:  Het meisje had een forse overbeet en haar tanden stonden niet recht. Op haar 15e heeft ze een blokjes beugel gekregen waardoor de overbeet verdween en haar tanden recht zijn gaan staan. Haar beugel is er na 2 jaar uitgehaald. Een jaar nadat de beugel eruit gehaald is, zijn haar tanden weer in de oude vorm terug gegroeid; er is weer sprake van een overbeet.

Bron: Oromyofunctionel therapie – Voorkom relaps door OMFT

 

Voorbeelden van afwijkende gebitsstanden 

Overjet In de volksmond wordt een overjet een overbeet genoemd. De onderkaak is naar achter getrokken doordat de druk op de bovenkaak te groot is. De afstand tussen onder en boven wordt te groot. Een overjet ontstaat vrijwel altijd door een foutieve slik.
Crowding De tanden en kiezen hebben te weinig ruimte. Hierdoor gaan ze scheef staan. Dit noemen we crowding. Ontstaat door een foutieve tongpositie in rust en tijdens de slik.

 

Diepe beet / Dekbeet De tanden en kiezen in de onderkaak zijn niet meer zichtbaar. De beet is ‘te diep’. Dit is een gevolg van een foutief slikpatroon.

 

Kruisbeet Normaal gesproken sluiten de tanden en kiezen van het bovengebit net iets over de tanden en kiezen van het ondergebit. Bij een kruisbeet is dit niet het geval. Een of meerdere boventanden en kiezen sluiten dan binnen de ondertanden en kiezen. Een kruisbeet kan achterin de mond voorkomen of voorin in de mond.

 

Open beet Een open beet ontstaat door een foutief slikpatroon als gevolg van duimzuigen of langdurig speengebruik. Er is letterlijk een gat ontstaan door de speen/duim. De tong wordt hierdoor naar beneden geduwd, waardoor de tongspier inactief wordt. Daardoor ontstaat een foutieve slik en een afwijkend gebit.

Omgekeerde overbeet / Klasse III Een omgekeerde overbeet noemen we in de volksmond ook wel een ‘centenbak’. Hierbij komen de boventanden achter de ondertanden te staan. De onderkaak staat dus voor de bovenkaak.
Ruimte tussen de snijtanden als gevolg van een te kort lipbandje Het lipbandje is te kort aangehecht. Hierdoor wordt de bewegelijkheid van de bovenlip verminderd. Ook ontstaat er een ruimte tussen de bovenste snijtanden. Dit kan worden verholpen door het lipbandje te laten klieven of door laten laseren.
Afwijkende slik, spraak en/of gebitsstand als gevolg van een te kort (aangehecht) tongbandje De lengte van het tongbandje is te kort of het bandje is te kort aangehecht. Hierdoor komt de tong niet bij het gehemelte waardoor een afwijkende slik en/of spraak kan ontstaan. Hierdoor ontstaat weer een afwijkende gebitsstand.
Bovenstaande foto’s zijn eigendom van Logopediepraktijk Buitenhove. Deze mogen niet worden gebruikt zonder toestemming. 

 

De logopedische behandeling

INTAKE & ONDERZOEK

Voor aanvang van de behandelingen zal er een intakegesprek en een uitgebreid onderzoek plaatsvinden. Tijdens de intake worden er allerlei vragen gesteld over de mondgewoonten, gezondheid en het verloop van de problematiek. Daarna worden er onderzoeken ingepland. Tijdens deze onderzoeken worden er foto’s van het gebit en de lichaamshouding gemaakt. Tevens wordt de sterkte van verschillende spieren in het mondgebied gemeten met onder andere de Myoscanner. Op deze wijze wordt in kaart gebracht welke spieren over- of onderontwikkeld zijn. Uit het onderzoek zal blijken of oefentherapie volgens de principes van OMFT de geschikte begeleidingsvorm is.

 
BEHANDELING

Als clienten mondademen moet dit zo vroeg mogelijk worden gestopt ter voorkoming van terugkerende verkoudheden en oorontstekingen. De behandeling zal vooral gericht zijn op lipsluiting en op het verstevigen van de mondmotorische spieren. Er worden oefeningen gegeven die de spieren van de tong en lippen versterken. De logopedist kan ook specifieke oefeningen geven om de neusademing te stimuleren. Daarnaast wordt de tongpositie zowel in rust als tijdens de spontane spraak getraind en zal de articulatie aan bod komen. Wanneer er een onjuist slikpatroon geconstateerd is, dan zal er ook gewerkt worden aan het aanleren van een juist slikpatroon.

Een logopedisch consult duurt 25 minuten en zal eens per week plaats vinden. In 12 tot 15 consulten van 25 minuten worden de oefeningen aangeleerd en eigen gemaakt. Het gehele OMFT-traject beslaat zo’n 1,5 tot 2 jaar. Dit komt vooral door de controle periodes die worden ingelast na de wekelijkse behandelingen. De frequentie van de behandelingen neemt af naarmate de aangeleerde technieken worden geautomatiseerd. Thuis dient er dagelijks geoefend te worden.

 
MYOBRACE

Naast de logopedische behandelingen wordt er in de meeste gevallen gewerkt met de Myobrace. Myobrace is een preventieve orthdontische behandeling die zich richt op het aanpakken de onderliggende oorzaken van scheve tanden. De Myobrace is ontworpen om de afwijkende myofunctionele gewoonten te behandelen door kinderen te leren door hun neus te ademen, de tong op de juiste plek in het verhemelte van de mond te laten rusten, op de juiste manier te slikken en daarna verder te gaan met het verbreden van de kaken zodat ze tot hun volledige en juiste afmeting kunnen uitgroeien. Dit resulteert in voldoende ruimte voor de tanden, waardoor ze op natuurlijke wijze recht doorkomen en vaak zonder dat een beugel nodig is.

De Myobrace wordt in de meeste gevallen, uitzonderingen daargelaten, in combinatie met de logopedische behandelingen ingezet. Door de inzet van de Myobrace zullen de aangeleerde technieken tijdens de logopedische behandeling geautomatiseerd worden. De behandeling is het meest geschikt voor kinderen tussen de 3 en 15 jaar, waarbij de Myobrace 1 uur per dag worden gedragen plus ’s nachts tijdens het slapen.

Orthodontie met beugels is al decennialang gebruikt om tanden recht te zetten, zodra alle tanden van het permanente gebit zijn doorgekomen. Er zitten echter ook nadelen aan het dragen van orthodontische beugels. Naast het feit dat de onderliggende oorzaken van scheve tanden onbehandeld blijft (afwijkende mondgewoonten), kan er ook glazuurbeschadiging en wortelschade optreden evenals de grote kans op een relaps.

Wat de Myobrace®-behandeling doet:

  • Corrigeert afwijkende mondgewoonten en laat deze sneller automatiseren
  • Ontwikkelt de kaken en lijnt deze uit
  • Zet de tanden recht
  • Optimaliseert de gezichtsontwikkeling
  • Verbetert de algehele gezondheid
  • Bevordert gezonde eetgewoonten

 

https://myobrace.com/storage/app/media/how-myobrace-works/videos/wmd_tms_appliance-range_v1.02.mp4|

https://myobrace.com/storage/app/media/how-myobrace-works/videos/wmd_tms_how-it-works_sagittal_v1.01.mp4

https://www.youtube.com/watch?v=FTNzD-y4HLg

Bron: myobrace.com

 

TAPING

Wanneer iemand een mondademing heeft / open mondgedrag laat zien dat is er vaak sprake van een te slappe lipspier (de musculus orbicularis oris). Naast oefeningen om deze lipspier te versterken, wordt binnen de logopedische OMFT behandeling regelmatig gebruikt gemaakt van het afplakken van de lippen met tape. In onze praktijk gebruiken we hier voornamelijk Omnifix voor, specifieke lippenpleisters die huidvriendelijk zijn en goed los zijn te maken. Het dragen van tape over de lippen stimuleert de slappe spieren: de huid wordt gelift, wat de functie van de onderliggende spieren beïnvloedt.

Overdag kan het tape om de mond worden geplakt voor ongeveer een half uur tot twee uren lang. Het lijst tijdens activiteiten waarbij de mond normaal gesproken openstaan, bijvoorbeeld tijdens het televisie kijken, lezen, gamen. Daarnaast kan de tape in de nacht gebruikt worden. Door het neusademen in de nacht is de kans op snurken en slaapapneu klein.

https://omft.info/news-posts/myotape-voor-neusademen-en-sterkere-mondspieren/

 

OMFT RESULTATEN

Voor – 5 maanden – na 12 maanden

Voor – 6 maanden – na 16 maanden